Berichten

Markt moet plek worden van proeven en ontmoeten

Onderzoek: Om te overleven moet karakter markt drastisch veranderen

De warenmarkt zal in Nederland moeten veranderen in een plaats van ‘proeven en ontmoeten’, waar ‘speciaal’ de standaard is. Alleen dan kan de markt (wekelijks 1.000 stuks) zich staande houden en zich blijven onderscheiden van concurrenten als supermarkten en discountformules. Lokale overheden moeten meer doen dan alleen vergunningen verlenen en handhaven, maar in hun marktbeleid ruimte geven voor innovatie en de ontwikkeling van nieuwe activiteiten en functies. Gemeenten die ‘hun’ markt niet koesteren, lopen het risico dat de markt uit het straatbeeld verdwijnt, hetgeen een verarming van de lokale dynamiek betekent. Dat hierbij de ondernemer ook een belangrijke rol heeft is evident. De marktondernemer zal meer als ooit te voren met zijn of haar tijd moeten meegaan.

De markt heeft het in veel Nederlandse gemeenten lastig en alleen een ‘offensieve strategie’ kan dit veranderen. Dit stelt de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) op basis van onderzoek naar de toekomst van de markt. Onder de 11.200 marktbedrijven in Nederland hebben met name non-food aanbieders het moeilijk. Willen de marktondernemers in ons land het dalende marktaandeel binnen de totale detailhandel te niet doen, dan zal in de toekomst menig marktondernemer zich gaan transformeren tot specialist waar ambachtelijk en bijzonder de basis vormt. Per jaar verdwijnen er op dit moment 100 non-food kramen waarbij de foodkramen met evenzoveel stijgen.

Gemeentebeleid cruciaal

Henk Achterhuis, voorzitter van de CVAH: “De marktondernemer en de gemeente moeten heldere keuzes maken. De signalen staan niet meer automatisch op groen. De markt is voor veel consumenten al lang niet meer de meest logische plek voor het kopen van goedkope producten. Supermarkten en discountformules bieden een steeds completer aanbod tegen aantrekkelijke prijzen. Mede doordat deze concurrenten tegenwoordig heel ruime openingstijden bieden, sluiten zij vaak beter aan op de wensen van veel hedendaagse consumenten, die snel en makkelijk boodschappen willen doen.”

Volgens de CVAH moet de markt daar – in samenwerking met gemeenten – een antwoord op geven. Achterhuis: “De markt die van oudsher een centrale ontmoetingsplek heeft in dorpen en buurten, moet zichzelf opnieuw uitvinden. Daarbij moeten we ook deels de hand in eigen boezem steken. De markt is niet altijd meegegaan met haar tijd. Nu de aankoopfunctie van goedkoop minder belangrijk wordt, neemt het belang van sfeer en beleving toe. Gezelligheid is nog steeds een kernbegrip op de markt. Gemeenten moeten zich realiseren dat de markt zo ook bijdraagt aan de ontmoetings- en koopkracht-verwervende functie van een centrumgebied. ”

Kennis over het product, livemuziek, proeven en biologisch

De CVAH draagt concrete ideeën aan hoe het tij op de markt gekeerd kan worden. Bijvoorbeeld: inhaken op de toenemende belangstelling onder consumenten voor informatie over het product, duurzaamheid, authenticiteit en biologische producten. “Daar kunnen ondernemers prima op inspelen. Met ‘ambachtelijk en vers’ als basis, gericht aangevuld met overige specialisten, heeft de warenmarkt een mooie toekomst voor zich. Juist de ambulante handel leent zich bij uitstek om flexibel in te spelen op veranderingen, maar dan moeten gemeenten wel meewerken.”

De CVAH stelt vast dat de markt in veel gemeenten gevangen is in ‘vaste patronen’ en verouderde regels waardoor onvoldoende ruimte is voor vernieuwing. De organisatie pleit ervoor dat gemeenten de marktondernemers de ruimte geven om nieuwe activiteiten te ontplooien. Ook is er een advies aan de marktondernemers: “Laat de mensen proeven, zorg voor live-muziek. Wees op tijd op en ga vooral niet eerder weg van de markt. Investeer in kennis, moderne bedrijfsmiddelen en andere frisse mogelijkheden om je waar tentoon te spreiden en laat vooral als markt de consument weten over je aanbod”, zo adviseert Achterhuis.