Hippe haring en Haringpoëzie in Spakenburg

Het lekkere seizoen is begonnen. In Spakenburg werd Nationale Haringdag gevierd met duizenden gratis haringen, heel veel gezelligheid en ware haringpoëzie.

Haringfanaat

Gastvrij zijn ze zeker, daar in Spakenburg. „Kom, we gaan even een koffie doen.” Visman Ruud van Diermen van Ru-Vis en geboren en getogen Spakenburger vertelt op het overdekte terras van restaurant de Mandemaaker vol enthousiasme over Nationale Haringdag en zijn lievelingsvis. „Ik ben een echte haringfanaat.” De voorzitter van de Spakenburgse Vishandelsvereniging die voor de tweede keer deze dag organiseert, eet er dagelijks al gauw een stuk of drie en genoeg ervan, krijgt hij nooit. Net als het gros van zijn dorpsgenoten. ,,We hebben 20.000 inwoners waarvan 140 visdetailhandelaren en meer dan 200 karren.”

,,Haring is een van de belangrijkste producten binnen de vissector, maar de consumptie is dalende. Niet omdat ze hem niet meer lusten, maar omdat er te weinig bij wordt stilgestaan, het aanbod van voedsel is echt mega.” Vandaar ook zo’n dag als vandaag, waar mensen uit alle windstreken op afkomen, getuige de paraplu’s met het Friese Pompeblêd tot shirts met Amsterdam erop. Al komt de drager daarvan ‘gewoon uit Urk’. De actieve visman is geen onbekende in het dorp. Een understatement. Praatje hier, het schudden van handen daar, „met haar heb ik nog de Kilimanjaro beklommen”, wijst hij naar een vrouw in klederdracht, „dat had ze toen niet aan, hoor!”

“Het is zo’n gezond en duurzaam visje”, promoot hij zijn grote zilte liefde, en raw, ,,past helemaal in deze tijd.” Toch is het onder de jeugd niet heel populair. Misschien omdat het niet zo’n Instagrammable ding is, die haring, maar het kan anders en om dat te laten zien, wordt op deze dag de vis in een hip jasje gestoken door leerlingen van de SVO Vakopleiding Vis, die behendig de haring omtoveren tot culinaire hoogstandjes, zoals een haringbonbon met rode biet en om er toepasselijk aan toe te voegen, ,,de haring biedt een zee aan mogelijkheden.” En voor iedereen is er ook gewone haring, met zuur en uitjes. Gewoon gratis.

#hippeharing

Een Hollandse Nieuwe herken je aan de smaak, vervolgt hij. „Je proeft de zilt.” Tot eind september heet het ‘een nieuwe’, daarna wordt het maatjesharing. ,,Maar ze worden allemaal binnen zes weken gevangen.” Overigens niet in Holland, zoals de naam zou doen vermoeden, ,,Maar in Denemarken, Schotland en Noorwegen. Daar verwerken we ze op de Hollandse manier, zoals het altijd al gedaan wordt.”

Met liefde

De sympathieke visboer komt uit een visfamilie, ,,niet heel verrassend hier in Spakenburg.” Al van jongs af aan ging hij met opa en zijn vader mee naar de markt. Waar leeftijdsgenoten een potje voetbalden bij de IJsselmeervogels of SV Spakenburg, maakte hij zijn eerste haringen schoon. Hij deed en doet het nog altijd met liefde, en een mesje.

Vader Lammert overleed drie jaar geleden en zeker op dagen als deze, denkt hij veel aan hem. „Een Bourgondiër pur sang. Ik zag vaak ’s nachts de lampen aangaan in ons visbedrijf naast huis en vond dan mijn vader in de koelcel even een makreeltje of wat eten, dan was-ie een beetje flauw…” De Spakenburger moet er nog om lachen, ,,En hij begreep maar niet waarom hij toch zo dik was. Ik eet minder dan een baby’tje, zei hij altijd.” Een unieke man en een echte optimist, wat Van Diermen dus niet van een vreemde heeft, net zoals ook hij kwaliteit heel hoog in het Van Diermen-vaandel heeft staan. ,,Een ander eet het niet, je eet het zelf, was een van mijn vaders lijfspreuken.”

Of hij nog een haringgeheimpje weet? Genoeg, grijnst hij, „Wist je bijvoorbeeld dat je hem kort in de pan kunt bakken? Wordt-ie heel krokant.” Een koosnaampje voor zijn zoute lieveling heeft hij ten slotte niet, wel voor zijn vrouw, „maar die vertel ik niet!”

’Er is nog hoop’

Naast hem zitten de mannen en vrouwen in Spakenburger klederdracht van het koor De Hoop. Ze proosten met elkaar met wijn en bier, het is tenslotte een feestdag. ,,Anders zakt het als een plumpudding in elkaar!” licht een dame de poncho over haar jurk toe. ,,Ziet er niet uit”, knipoogt een van haar zangzusters die de regen liever afwacht, met een glaasje wit erbij. „We hebben vanmorgen al gezongen, dus we mogen ook vroeg met de borrel beginnen.” Iedereen mag bij ze aansluiten, roepen ze joviaal. Hoewel… ,,Je moet wel een moppie kunnen zingen”, zegt de een, „en van een stukje gezelligheid houden”, proost de ander met een leeg glas in de lucht. Gezellig is het zeker, als je een uur met dit koor doorbrengt op een overdekt terras. De regen komt met bakken uit de lucht, het deert niet.

De Hoop in volle glorie

Iemands telefoon gaat en wordt uit het handgemaakte beugeltasje vol ingewikkelde kralenpatronen opgediept. ,,Nee, hier ligt-ie niet, hoor.” Het mutsje is kwijt, zo blijkt, ,,zo’n ding kost al gauw over de honderd euro”, weet Marie, ,,gehaakt met een heel fijn naaldje, nou, dan weet je het wel.”

Koorman Ad blijkt ook eigen liedjes te schrijven. Geen palingsound, maar ware haringpoëzie, en hij draagt voor uit eigen werk, ‘Het Nieuwe Haringlied’: ,,Laat hem dus lekker zakken het gulzige keeltje in, kun je lekker smakken met vette onderkin.” Niet veel later voegen ze daad bij woord wanneer een schaal ‘Nieuwe’ op tafel wordt gezet. Voor het eerst zijn ze even stil wanneer ze de haring op traditionele wijze – vanaf de staart – naar binnen laten glijden. Om met een gelukzalige blik in de ogen (en een vette onderkin) daarna uit te roepen: „dit smaakt naar meer.” Ja, het lekkere seizoen is begonnen.

Topseizoen

2019 kan de annalen in als weer een uitstekend haringjaar, al is het dat eigenlijk elk jaar wel. Want voor minder doen de visboeren het niet, vertelt Ruud van Diermen. ,,Consumenten verwachten gewoon goede haring die vet genoeg is en eerder dan dat vangen we ze ook niet.” Hoe anders was dat nog in ‘rampjaar ‘95’, blikt hij terug. Onder druk van de commercie werden de haringen te vroeg gevangen, ,,ze waren mager en duur, heel het seizoen was om zeep geholpen.” Maar genoeg oude haringen uit de zee, blik op vooruit en het belooft een topseizoen te worden, getuige de vele ‘oeeh wat lekker’ en ‘ze zijn mooi vet’ uit de verschillende (volle) monden van bezoekers.

tekst: Iris Hermans