Paul Bol wereldkampioen Standwerken

Paul Bol heeft het WK Standwerken gewonnen en is gekroond tot de eerste wereldkampioen in deze bijzondere discipline.

Het Twentse Rijssen was de plaats waar voor het eerst het WK Standwerken werd georganiseerd. Standwerkers uit tien verschillende landen stonden in het centrum opgesteld en deden een gooi naar de titel. Het toernooi begon ‘s ochtends om 10 uur en duurde tot 5 uur ‘s middags.

In de ochtend kwam het publiek massaal toegestroomd om de deelnemers in actie te zien. En die maakten er een geweldige show van, het publiek genoot zichtbaar van de prachtige show die de deelnemers neerzetten. De verkooppraatjes waren doorspekt met humor en charme en het publiek hing aan de lippen van de verkoopkunstenaars.

dav

Een jury bestaande uit tien deskundigen wezen uiteindelijk Paul Bol aan als winnaar. Zijn vakkundige demonstratie van groentesnijders dwong de meeste bewondering af bij het publiek. De winnaar werd door de jury omschreven als een zeer talentvolle vakman met een gedreven inzet. De winnaar kreeg uit handen van Commissaris der Koning Andries Heidema en burgemeester van Rijssen Arco Hofland de wereldbokaal uitgereikt. Voorzitter van de Nederlandse Standwerkers Benvenido van Schaik dankte alle deelnemers voor hun geweldige inzet en de gemeente Rijssen voor de geweldige ontvangst en gastvrijheid. Dankzij hen was het een geslaagd toernooi. De Duitse standwerker Janssen en Iraanse deelneemster Mojgan Mokrinia kregen de speciale titel van prins en prinses der Standwerkers.

dav

Lydia van der Ruit eindigde op een knappe tweede plaats en Mark de Meijer werd derde. Een uitgebreid verslag van het WK is te lezen in de Koopman van Augustus.

Zaterdag 29 juni: WK Standwerken in Rijssen!

Vernieuwde werkboek ‘Markt op Maat’ is uit

Dit jaar heeft de CVAH haar werkboek ‘Markt op Maat’ grondig herzien en aangepast aan de laatste ontwikkelingen. De eerste editie van het handboek verscheen in 1998 en het boek is inmiddels een beproefd instrument om de kwaliteit van bestaande warenmarkten naar een hoger niveau te tillen. Het boek geeft antwoord op de vraag ‘Wat heb ik nodig voor een goede markt?’

Het werkboek is bedoeld voor markten die door gemeenten worden georganiseerd. De digitale versie van dit boek kunt u vinden op de website van de CVAH, www.cvah.nl/downloads. Hier vindt u naast dit werkboek tal van andere markt-gerelateerde documenten en publicaties. Deze documenten zijn gratis te downloaden, omdat de CVAH en het Branchebureau en Opleidingsfonds voor de Ambulante Handel, de BOAH, veel waarde hechten aan het verspreiden van kennis over de ambulante handel.

CVAH bestuurder Martie Bleeker, een van de initiatiefnemers van dit handboek, legt uit wat er in deze vierde editie van het handboek is veranderd:

“In deze vierde editie van het werkboek wordt ingespeeld op de huidige maatschappelijke veranderingen. We leven in tijden van snelle veranderingen en de marktondernemer van nu moet zich onderscheiden en proactief opstellen. Een goede samenwerking met andere marktondernemers is meer dan ooit nodig om een aantrekkelijke markt neer te zetten. Alleen dan kan een warenmarkt de concurrentie bijhouden. Daarom zal iedere warenmarkt zich van tijd tot tijd moeten afvragen: Hoe staan we er voor? Welke mogelijkheden zijn er om ons te verbeteren? Hoe kunnen we meer klanten naar de markt te krijgen, meer omzet draaien en meer winst maken?”

Kwaliteitsmeter

“Dit werkboek is prima te gebruiken als kwaliteitsmeter. We bespreken vijf zogenoemde dimensies, die allemaal bepalend zijn voor het succes van een warenmarkt. Wekelijks zijn er ruim 1000 markten in Nederland met zo’n 38.000 standplaatsen. Elke markt is anders en heeft te maken met plaatselijke omstandigheden. Die omstandigheden vormen de randvoorwaarden waarbinnen de warenmarkt zo optimaal mogelijk moet functioneren. De CVAH kan hier bij helpen en heeft veel kennis in huis, waarop leden en gemeenten altijd een beroep kan doen. Het succes van een markt wordt uiteindelijk bepaald door de consument. En die consument verandert voortdurend. Daarom zal een markt continu mee moeten veranderen om de consument te blijven boeien.”

Gezelligheid

Het werkboek start met een bespreking van de waarde van de markt. Deze wordt steeds meer een plek van proeven, ontmoeten en gezelligheid. De markt wordt de laatste jaren vooral ingesteld om levendigheid in een binnenstad, stadsdeel of wijk te vergroten en om het dagelijkse voorzieningenniveau op peil te houden. Hoe een markt het centrum van gezelligheid wordt in elke plaats, hoe je dat bereikt als groep marktondernemers en gemeente, dat vind je in dit vernieuwde handboek.”

Adverteren doe je natuurlijk op het prikbord van de CVAH website

 

De afgelopen weken werden 27 standplaatsen gevraagd of aangeboden, twee gebruikte verkoopwagens, meerdere bake-off ovens, stroopwafelijzers, vriescontainers, vier zgan Mercedes wielen met bijbehorende wieldoppen, diverse kleine handel en meerdere vacatures voor werk op de markt.

En dat allemaal op het prikbord van de CVAH website. Steeds meer kooplieden maken gebruik van deze vraag- en aanbodplek. Logisch, want er staan enkel en alleen markt-gerelateerde advertenties op. Een vraag en aanbodplek uitsluitend voor kooplieden. En adverteren kost helemaal niets. Dus heb je wat aan te bieden of zoek je iets voor je kraam, check dan altijd eerst even het CVAH prikbord.

Net zo makkelijk!

Hippe haring en Haringpoëzie in Spakenburg

Het lekkere seizoen is begonnen. In Spakenburg werd Nationale Haringdag gevierd met duizenden gratis haringen, heel veel gezelligheid en ware haringpoëzie.

Haringfanaat

Gastvrij zijn ze zeker, daar in Spakenburg. „Kom, we gaan even een koffie doen.” Visman Ruud van Diermen van Ru-Vis en geboren en getogen Spakenburger vertelt op het overdekte terras van restaurant de Mandemaaker vol enthousiasme over Nationale Haringdag en zijn lievelingsvis. „Ik ben een echte haringfanaat.” De voorzitter van de Spakenburgse Vishandelsvereniging die voor de tweede keer deze dag organiseert, eet er dagelijks al gauw een stuk of drie en genoeg ervan, krijgt hij nooit. Net als het gros van zijn dorpsgenoten. ,,We hebben 20.000 inwoners waarvan 140 visdetailhandelaren en meer dan 200 karren.”

,,Haring is een van de belangrijkste producten binnen de vissector, maar de consumptie is dalende. Niet omdat ze hem niet meer lusten, maar omdat er te weinig bij wordt stilgestaan, het aanbod van voedsel is echt mega.” Vandaar ook zo’n dag als vandaag, waar mensen uit alle windstreken op afkomen, getuige de paraplu’s met het Friese Pompeblêd tot shirts met Amsterdam erop. Al komt de drager daarvan ‘gewoon uit Urk’. De actieve visman is geen onbekende in het dorp. Een understatement. Praatje hier, het schudden van handen daar, „met haar heb ik nog de Kilimanjaro beklommen”, wijst hij naar een vrouw in klederdracht, „dat had ze toen niet aan, hoor!”

“Het is zo’n gezond en duurzaam visje”, promoot hij zijn grote zilte liefde, en raw, ,,past helemaal in deze tijd.” Toch is het onder de jeugd niet heel populair. Misschien omdat het niet zo’n Instagrammable ding is, die haring, maar het kan anders en om dat te laten zien, wordt op deze dag de vis in een hip jasje gestoken door leerlingen van de SVO Vakopleiding Vis, die behendig de haring omtoveren tot culinaire hoogstandjes, zoals een haringbonbon met rode biet en om er toepasselijk aan toe te voegen, ,,de haring biedt een zee aan mogelijkheden.” En voor iedereen is er ook gewone haring, met zuur en uitjes. Gewoon gratis.

#hippeharing

Een Hollandse Nieuwe herken je aan de smaak, vervolgt hij. „Je proeft de zilt.” Tot eind september heet het ‘een nieuwe’, daarna wordt het maatjesharing. ,,Maar ze worden allemaal binnen zes weken gevangen.” Overigens niet in Holland, zoals de naam zou doen vermoeden, ,,Maar in Denemarken, Schotland en Noorwegen. Daar verwerken we ze op de Hollandse manier, zoals het altijd al gedaan wordt.”

Met liefde

De sympathieke visboer komt uit een visfamilie, ,,niet heel verrassend hier in Spakenburg.” Al van jongs af aan ging hij met opa en zijn vader mee naar de markt. Waar leeftijdsgenoten een potje voetbalden bij de IJsselmeervogels of SV Spakenburg, maakte hij zijn eerste haringen schoon. Hij deed en doet het nog altijd met liefde, en een mesje.

Vader Lammert overleed drie jaar geleden en zeker op dagen als deze, denkt hij veel aan hem. „Een Bourgondiër pur sang. Ik zag vaak ’s nachts de lampen aangaan in ons visbedrijf naast huis en vond dan mijn vader in de koelcel even een makreeltje of wat eten, dan was-ie een beetje flauw…” De Spakenburger moet er nog om lachen, ,,En hij begreep maar niet waarom hij toch zo dik was. Ik eet minder dan een baby’tje, zei hij altijd.” Een unieke man en een echte optimist, wat Van Diermen dus niet van een vreemde heeft, net zoals ook hij kwaliteit heel hoog in het Van Diermen-vaandel heeft staan. ,,Een ander eet het niet, je eet het zelf, was een van mijn vaders lijfspreuken.”

Of hij nog een haringgeheimpje weet? Genoeg, grijnst hij, „Wist je bijvoorbeeld dat je hem kort in de pan kunt bakken? Wordt-ie heel krokant.” Een koosnaampje voor zijn zoute lieveling heeft hij ten slotte niet, wel voor zijn vrouw, „maar die vertel ik niet!”

’Er is nog hoop’

Naast hem zitten de mannen en vrouwen in Spakenburger klederdracht van het koor De Hoop. Ze proosten met elkaar met wijn en bier, het is tenslotte een feestdag. ,,Anders zakt het als een plumpudding in elkaar!” licht een dame de poncho over haar jurk toe. ,,Ziet er niet uit”, knipoogt een van haar zangzusters die de regen liever afwacht, met een glaasje wit erbij. „We hebben vanmorgen al gezongen, dus we mogen ook vroeg met de borrel beginnen.” Iedereen mag bij ze aansluiten, roepen ze joviaal. Hoewel… ,,Je moet wel een moppie kunnen zingen”, zegt de een, „en van een stukje gezelligheid houden”, proost de ander met een leeg glas in de lucht. Gezellig is het zeker, als je een uur met dit koor doorbrengt op een overdekt terras. De regen komt met bakken uit de lucht, het deert niet.

De Hoop in volle glorie

Iemands telefoon gaat en wordt uit het handgemaakte beugeltasje vol ingewikkelde kralenpatronen opgediept. ,,Nee, hier ligt-ie niet, hoor.” Het mutsje is kwijt, zo blijkt, ,,zo’n ding kost al gauw over de honderd euro”, weet Marie, ,,gehaakt met een heel fijn naaldje, nou, dan weet je het wel.”

Koorman Ad blijkt ook eigen liedjes te schrijven. Geen palingsound, maar ware haringpoëzie, en hij draagt voor uit eigen werk, ‘Het Nieuwe Haringlied’: ,,Laat hem dus lekker zakken het gulzige keeltje in, kun je lekker smakken met vette onderkin.” Niet veel later voegen ze daad bij woord wanneer een schaal ‘Nieuwe’ op tafel wordt gezet. Voor het eerst zijn ze even stil wanneer ze de haring op traditionele wijze – vanaf de staart – naar binnen laten glijden. Om met een gelukzalige blik in de ogen (en een vette onderkin) daarna uit te roepen: „dit smaakt naar meer.” Ja, het lekkere seizoen is begonnen.

Topseizoen

2019 kan de annalen in als weer een uitstekend haringjaar, al is het dat eigenlijk elk jaar wel. Want voor minder doen de visboeren het niet, vertelt Ruud van Diermen. ,,Consumenten verwachten gewoon goede haring die vet genoeg is en eerder dan dat vangen we ze ook niet.” Hoe anders was dat nog in ‘rampjaar ‘95’, blikt hij terug. Onder druk van de commercie werden de haringen te vroeg gevangen, ,,ze waren mager en duur, heel het seizoen was om zeep geholpen.” Maar genoeg oude haringen uit de zee, blik op vooruit en het belooft een topseizoen te worden, getuige de vele ‘oeeh wat lekker’ en ‘ze zijn mooi vet’ uit de verschillende (volle) monden van bezoekers.

tekst: Iris Hermans